Marieke Quaak
Een productiewerknemer die met zijn hand in een pastamachine terecht kwam, heeft recht op vergoeding van de gehele schade van zijn onverzekerde werkgever.
Toedracht
De productiewerknemer zou slechts voor een paar weken bij de eenmanszaak werken, omdat hij in afwachting was van een visum dat hij nodig had om naar Hong Kong te gaan. Daar had hij namelijk een baan aangeboden gekregen in de keuken van een restaurant op Michelinniveau.
Op de vijfde werkdag wilde de productiewerknemer oude deegresten verwijderen uit een pastamachine. Hiervoor stak hij zijn linkerarm in de pastamachine. Op enig moment is de pastamachine in werking geschakeld, waardoor de werknemer met zijn arm knel kwam te zitten in de machine en door de brandweer bevrijd moest worden. Door het ongeval heeft de werknemer een open breuk in de onderarm opgelopen en een breuk in de pols.
Vordering
De werknemer heeft zijn werkgever aansprakelijk gesteld voor de schade. De werkgever heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. De werkgever stelde zich echter wel op het standpunt dat de pastamachine niet uit zichzelf kan inschakelen en dat er een getuige is die kan bevestigen dat de werknemer de machine niet heeft uitgezet, terwijl hij eerder wel instructies zou hebben gekregen om de machine eerst uit te doen.
De werknemer vordert bij de kantonrechter dat de rechter (a) voor recht verklaart dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade; en (b) dat de werkgever wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding en van een voorschot op die schade van € 10.000.
De werkgever erkent dat hij op grond van de wet aansprakelijk is tegenover de werknemer en is bereid de werknemer financieel te ondersteunen. De werkgever is echter van mening dat de vordering van de werknemer moet worden afgewezen. De werknemer zou zelf de machine niet goed hebben uitgezet. Daarnaast zou het gevorderde voorschot van € 10.000 een te hoog bedrag zijn en zou nergens uit blijken dat de schade minimaal € 10.000 zou bedragen. De werkgever verkeerde sinds het ongeval in financiële problemen. Het bedrijf was stilgelegd en zou niet meer opstarten en de werkgever had zijn huur opgezegd en was weer bij zijn vader ingetrokken om geld over te houden om de werknemer te kunnen helpen. Ook was de werkgever niet verzekerd voor ongevallen van zijn werknemers. Indien het voorschot zou worden toegewezen, zou de werkgever het niet kunnen betalen omdat hij geen vast inkomen of bezittingen heeft en hoge andere schulden heeft.
Aansprakelijkheid
In artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is een zorgplicht opgenomen voor werkgevers. Hierin staat:
1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
De werkgever heeft vrij snel na het ongeval de aansprakelijkheid hiervoor erkend. Daarom oordeelt de rechter dat de aansprakelijkheid vaststaat. Het is daarom ook niet van belang of de werknemer wel of niet de instructies op de goede manier heeft opgevolgd.
Als de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is moet hij de hele schade van de werknemer vergoeden. De werkgeven kan zich dan niet op het standpunt stellen dat hij maar een deel van de schade wil vergoeden.
Voorschot
De werknemer heeft aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden: hij heeft verklaard dat hij gevoel mist in zijn vingers en dat de zenuwen van zijn duim niet werken. Hij kan daardoor niet ‘grijpen’ met zijn hand. Door het ongeval en het letsel kon de werknemer niet beginnen aan de baan in Hongkong en hij verdient nu minder dan de helft van zijn vorige salaris. Ook heeft hij ziekenhuiskosten en kosten voor de fysiotherapeut gemaakt die hij niet vergoed krijgt van zijn zorgverzekering. Gelet hierop komt de rechter tot de conclusie dat een voorschot van € 10.000 niet bovenmatig is, aangezien de kosten die de werknemer heeft moeten maken al boven dit bedrag uitkomen.
De kantonrechter geeft aan dat zij begrijpt dat het voor de werkgever heel vervelend is dat hij in financiële moeilijkheden verkeert. Deze omstandigheid staat echter niet in de weg aan het feit dat hij toch het voorschot zal moeten betalen aan de werknemer. Hij is immers, als werkgever, aansprakelijk.
Deel dit artikel:
Marieke Quaak
Letselschadeadvocaat